Persoon met calculator

Na 15 jaar niet alsnog alimentatie

Na een echtscheiding of na ontbinding van een geregistreerd partnerschap kan het voorkomen dat alimentatie moet worden betaald. Alimentatie is een uitkering voor het levensonderhoud van de voormalige echtgeno(o)t(e) of voormalige geregistreerde partner. Het recht op alimentatie vloeit voort uit de draagkracht en de behoeften van de betrokkenen. Hierbij is het uitgangspunt dat degene die behoeftig is, recht heeft op een uitkering tot levensonderhoud van degene die draagkrachtig is. Of sprake is van behoefte, moet aan de hand van het uitgavenpatroon tijdens het huwelijk worden beoordeeld. Indien de ex-partner zelf voldoende inkomsten heeft, zal veelal geen aanspraak gemaakt kunnen worden op alimentatie. Bij de bepaling van de behoefte en de draagkracht spelen de volgende elementen een rol:

  • Inkomsten uit arbeid
  • Uitkeringen
  • Inkomsten uit vermogen
  • Vaste lasten en andere financiële verplichtingen

De Hofprocedure

In 2002 zijn de echtgenoten uit elkaar gegaan. De echtscheiding is pas in 2016 uitgesproken. De vrouw heeft bij het echtscheidingsverzoek gevraagd om partneralimentatie. Het Gerechtshof heeft op 22 maart 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:892) geconcludeerd dat er door de man geen partneralimentatie meer is verschuldigd. Partijen hebben hun huwelijkse samenleving al bijna 15 jaar geleden beëindigd. Hoewel ze formeel niet waren gescheiden, neemt de lotsverbondenheid, die zij in 2002 nog hadden, langzaam af en lijkt in 2016 wel verdwenen. Gezien dit tijdsverloop en de omstandigheid dat de vrouw al die jaren financieel onafhankelijk is geweest, is er een einde gekomen aan de lotsverbondenheid. De behoefte van de vrouw hoeft niet meer te worden gerelateerd aan de welstand van de huwelijkse samenleving maar aan de welstand waarin de vrouw sinds het uiteengaan in 2002 heeft geleefd.

Het belang van deze uitspraak

Bij de bepaling van de hoogte van de alimentatie speelt een aantal factoren een rol. Eén daarvan is de ‘welstand’ waarin het echtpaar, tijdens betere tijden, leefde. Overigens hadden beiden een WAO-uitkering. Een ander punt is het eigen inkomen van de voormalige partner en de terugval in de ‘lotsverbondenheid’. De vrouw had , in de periode na het uit elkaar gaan, inkomen en de terugval was blijkbaar niet te groot. Dit ondanks dat de man enkele keren financiële ondersteuning heeft gegeven. Na 15 jaar moet de vrouw wel zijn gewend aan een eventueel lager inkomen, vindt het Hof. Dit lijkt mij een juiste conclusie.

Het is dus van belang om, zo snel mogelijk na het uit elkaar gaan, alimentatie te vragen. Mocht dat nog niet kunnen dan is een voorlopige voorziening wellicht ook mogelijk. Wacht je hier te lang mee, dan loop je het risico dat de rechter vindt dat de voormalige partner het zelf wel kan rooien. De rechter kan dit vinden, omdat hij dit kan vaststellen. In deze casus was er al 15 jaar verstreken. De alimentatietermijn is in de meeste gevallen maximaal 12 jaar. Het is niet helemaal duidelijk wat het Hof had beslist als de vrouw haar verzoek binnen de termijn van 12 jaar had gedaan.

Ik verwacht dat het Hof had gekeken naar het moment dat het alimentatieverzoek was ingediend en naar een afnemende ‘lotsverbondenheid’. Naar mijn mening zou dan een redelijke uitkomst zijn dat er alimentatie verstrekt zou worden over een periode van 5 jaar (als de vrouw pas na 7 jaar een verzoek had ingediend). De afnemende lotsverbondenheid zou dan kunnen worden bepaald door een afnemend percentage (naar 0%) van het bedrag dat, indien het verzoek direct was gedaan, aansluitend op de echtscheiding zou zijn toegekend.