Bruid en bruidegom

Beperking van gemeenschap van goederen

Op 28 maart 2017 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen, waardoor mensen niet meer automatisch in de wettelijke gemeenschap van goederen trouwen. Dit heeft een grote impact op de financiële huishouding van gehuwden. De wetswijziging geldt alleen voor huwelijken die worden gesloten na de inwerkingtreding van de wet. Het moment van inwerkingtreding van de wet is nog niet bekend.

Nieuwe wetgeving

De nieuwe wetgeving hanteert het uitgangspunt dat internationaal al het meest gangbaar is. De Wet beperking gemeenschap van goederen geldt voor zowel het huwelijk als voor het geregistreerd partnerschap. Als we spreken over ‘huwelijk’ bedoelen we daar dus ook het geregistreerd partnerschap mee. De strekking van de wet is in grote lijnen:

  • Voorhuwelijkse bezittingen en schulden vallen buiten de gemeenschap
  • Erfenissen en schenkingen vallen buiten de gemeenschap (ook als deze tijdens het huwelijk worden verkregen)
  • Alles wat al gemeenschappelijk vermogen was voor het huwelijk, valt wel in de gemeenschap
  • Alles wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd valt in de gemeenschap (behalve erfenissen, schenkingen, pensioenrechten die onder de WVPS en PW vallen en erfrechtelijk vruchtgebruik).

Na de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving, kan sprake zijn van drie vermogens na het aangaan van een huwelijk:

  • Het privévermogen van echtgenoot A
  • Het privévermogen van echtgenoot B
  • Het gemeenschappelijke vermogen.

Wonen

In de parlementaire behandeling is een aantal vragen over de eigen woning gesteld. De antwoorden zijn terug te vinden via de nota van de Eerste Kamer. In veel gevallen zal er niets veranderen. Dit blijkt ook uit het volgende voorbeeld.

Voorbeeld

Peter en Sandra kopen samen een huis van €200.000, gefinancierd met een annuïteitenhypotheek van €100.000, een aflossingsvrije hypotheek van €50.000 en €50.000 eigen vermogen. Sandra heeft de eigen woning, waarop een schuld rustte van € 100.000, net verkocht en daarbij een eigenwoningreserve van €50.000 gerealiseerd. Wat zijn de gevolgen als zij  in gemeenschap van goederen gaan trouwen?

Bij verkrijging van een eigen woning als gevolg van een koop en een levering (tijdens het huwelijk) treedt boedelmenging op. In zoverre is er geen verschil tussen het huidige en het voorgestelde huwelijksvermogensrecht. De overgang van het eigenwoningverleden, in dit geval de eigenwoningreserve, is gekoppeld aan de boedelmenging door voltrekking van een huwelijk of bij wijziging van huwelijkse voorwaarden (zie artikel 3.119aa lid 4 Wet op de inkomstenbelasting 2001) en niet bij een verkrijging gedurende het huwelijk. Omdat in deze situatie boedelmenging optreedt, gaat het eigenwoningverleden (voor de helft) naar de andere echtgenoot over.

Schulden

Ditzelfde geldt voor de schulden. Als een schuldeiser de schuld van (bijvoorbeeld) echtgenoot A daadwerkelijk gaat opeisen, kan hij ook een beroep doen op het gemeenschappelijke vermogen. De schuldeiser kan gaan ‘uitwinnen’ – of wel goederen uit de gemeenschap verkopen. In dat geval komt echter slechts de helft van de waarde van het uitgewonnen goed ten gunste van de schuldeiser. De andere helft komt toe aan echtgenoot B. Die had immers de schuld niet, terwijl echtgenoot B wel de helft van de waarde van een gemeenschappelijk goed kwijt is.

Echtgenoot B kan ook kiezen de helft van de waarde te vergoeden aan de schuldeiser, zodat dit goed niet hoeft te worden uitgewonnen. In dat geval verplaatst dat goed zich van de gemeenschap naar het privévermogen van echtgenoot B.

Onder de huidige wetgeving, kan een schuldeiser nog de hele waarde van een uitgewonnen goed opeisen. Voor schulden die al voor inwerkingtreding van de wet bestonden, geldt een eerbiedigende werking. Voor faillissementen die zijn uitgesproken voor de inwerkingtreding geldt het huidige art. 61 Fw.

Bewijsvermoeden

In de nieuwe wetgeving blijven alle goederen die voor het huwelijk al tot het vermogen van één van de echtgenoten behoorden, dus buiten de gemeenschap. Bij een scheiding moet die echtgenoot dat dan wel kunnen bewijzen! Kan een echtgenoot dat bewijs niet leveren, dan valt het goed binnen de gemeenschap. Als door het ontbreken van bewijs een goed in de gemeenschap valt, wordt dit niet gezien als een schenking tussen partners.

Bestaand huwelijksvermogensrecht wordt gerespecteerd

Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe wetgeving ingaat. Vermoedelijk is dat 1 januari 2018. Als de wet ingaat, geldt deze alleen voor huwelijken die vanaf dat moment worden aangegaan.

Voor iedereen die al getrouwd was, blijft de oude wet gelden. Er zal daardoor nog decennia lang sprake zijn van twee verschillende vormen van het wettelijke huwelijksvermogensrecht: die van voor de inwerkingtreding van de wet en die van erna. Ook voor echtelieden die hun huwelijkse voorwaarden opheffen na de inwerkingtreding, zal de nieuwe wettelijke beperkte gemeenschap van goederen gaan gelden.