Belastingdienst

Nieuwe wetgeving 2018

Op dinsdag 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2018. In dit bericht zijn de belangrijkste veranderingen per 1 januari 2018 voor de (vermogende) particulier opgenomen. De bedragen tussen haakjes zijn de bedragen van 2017. De belastingcijfers zijn ontleend aan een publicaties  van de verschillende ministeries.

Hierna worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Inkomstenbelasting
  • Erf- en schenkbelasting
  • AOW- en pensioenleeftijden
  • Huwelijksgoederenrecht
  • MIFID II

Inkomstenbelasting

Tarief Box 1

Voor personen jonger dan de AOW-leeftijd:

Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan belasting-tarief tarief premie volksverzekeringen totaal tarief heffing over totaal van de schijven
€ 20.142 8,90% 27,65% 36,55% € 7.362
€ 20.142 € 33.994 13,20% 27,65% 40,85% € 13.020
€ 33.994 € 68.507 40,85% 40,85% € 27.119
€ 68.507 51,95% 51,95%

 

Voor personen met AOW-leeftijd en ouder en geboren na 1 januari 1946:

Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan belasting-tarief tarief premie volksverzekeringen totaal tarief heffing over totaal van de schijven
€ 20.142 8,90% 9,75% 18,65% € 3.756
€ 20.142 € 33.994 13,20% 9,75% 22,95% € 6.936
€ 33.994 € 68.507 40,85% 40,85% € 21.034
€ 68.507 51,95% 51,95%

 

Voor personen met AOW-leeftijd en ouder en geboren voor 1 januari 1946:

Belastbaar inkomen meer dan doch niet meer dan belasting-tarief tarief premie volksverzekeringen totaal tarief heffing over totaal van de schijven
€ 20.142 8,90% 9,75% 18,65% € 3.756
€ 20.142 € 34.404 13,20% 9,75% 22,95% € 7.030
€ 34.404 € 68.507 40,85% 40,85% € 20.961
€ 68.507 51,95% 51,95%

 

Het tarief van de vierde schijf gaat vanaf 2018 in stapjes omlaag van 52% naar 49,50% in 2042 en het tarief van de tweede en de derde schijf gaat vanaf 2018 van 42% naar 38% in 2042.

Eigen woning

Eigenwoningforfait:

Als de WOZ-waarde     

meer is dan

maar niet      

meer dan

bedraagt het

forfaitpercentage

  — € 12.500 nihil
€ 12.500   25.000 0,25%
  25.000  50.000 0,40%
  50.000  75.000 0,55%
  75.000  1.060.000 0,70%
1.060.000 en hoger € 7.420 plus 2,35% over WOZ-waarde boven € 1.060.000
  • Beperking hypotheekrenteaftrek: het maximale percentage waar tegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken wordt in 28 jaarlijkse stappen van een half procentpunt verlaagd van 52% (2013) naar uiteindelijk 38% in 2041. In 2018 bedraagt het maximale aftrekpercentage 49,5% (50%).

 

  • Kapitaalverzekering eigen woning en spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning: het rentevoordeel begrepen in de uitkeringen uit een kapitaalverzekering, een spaarrekening of een beleggingsrecht eigen woning tezamen is onbelast als de uitkering niet meer bedraagt dan € 164.000 (€ 162.500). De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan € 164.000 (€ 162.500) per belastingplichtige gedurende zijn leven. De vrijstelling kan ook worden benut als nog niet is voldaan aan de (oude) termijn van 15 of 20 jaar premiebetaling. Dit geldt ook voor Brede Herwaardering kapitaalverzekeringen.

Heffing Box 3

  • Heffingvrij vermogen: €30.000 (€25.000)
  • Vrijstelling maatschappelijke beleggingen: €57.845 (€57.385)
  • Vrijstelling voor een uitvaartverzekering: €7.033 (€6.977)
  • Vrijstelling voor contant geld: €527 (€522)
  • Schuldendrempel: €3.000 (€3.000)

Indien de belastingplichtige een partner heeft, moet – ongeacht de toedeling van bezittingen en schulden – een schuldendrempel van € 6.000 (€ 6.000) in aanmerking worden genomen.

  • De heffing vindt per belastingplichtige als volgt plaats:
Schijf Heffingvrij vermogen       Rendement per schijf       Marginaal tarief 
€ 0 € 70.800 € 30.000 2,02% 0,606%
€ 70.800 € 978.000       4,33% 1,299%
€ 978.000       5,38% 1,614%

Erf- en schenkbelasting

  • Tarief:
Deel van de belaste verkrijging Tariefgroep 1 (partner of afstammelingen in de rechte lijn) Tariefgroep 1A(afstammelingen in de tweede of verderegraad) Tariefgroep 2 (overige verkrijgers)
€ 0- € 123.248   10% 18% 30%
€ 123.248-hoger   20% 36% 40%

 

In 2017 was de grens tussen de twee schijven € 122.269.

 

  • Vrijstellingen:
Erfbelasting 2018 2017
Partners 643.194        638.089
Kinderen en kleinkinderen 20.371 20.209
Zieke of gehandicapte kinderen, door overleden ouder onderhouden 61.106 60.621
Ouders 48.242 47.859
Overige verkrijgers 2.147 2.129
Schenkbelasting
Kinderen 5.363 5.320
Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig) 25.731 25.526
Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig bij besteding voor studie) 53.602 53.176
Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig bij besteding voor eigen woning) 100.800 100.000
Overige verkrijgers 18 – 40 jaar (eenmalig bij besteding voor eigen woning) 100.800 100.000
Overige verkrijgers (o.a. kleinkinderen) 2.147 2.129

 

  • Ondernemingsvermogen: een verkrijging van ondernemingsvermogen is tot een waarde van € 1.071.987 (€ 1.063.479) van de objectieve ondernemingen voor 100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan € 1.071.987 geldt voor het meerdere verkregene een vrijstelling van 83%. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd over het niet-vrijgestelde deel kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.

AOW- en Pensioenleeftijd

Op grond van de raming van het CBS stijgt de levensverwachting. De AOW-leeftijd wordt in 2018 66 jaar (2022: 67 jaar en drie maanden). De pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenen gaat in 2018 omhoog naar 68 jaar (67 jaar).

Huwelijksgoederenrecht

De hoofdregel  van het nieuwe stelsel, voor huwelijken gesloten na 1 januari 2018, is dat er bij een huwelijk in beginsel geen boedelmenging meer plaatsvindt. Er ontstaat vanaf de voltrekking van het huwelijk slechts een beperkte gemeenschap van goederen waarin in beginsel alle goederen en schulden vallen die tijdens het huwelijk opkomen. Voorhuwelijks vermogen van de huwelijkspartners blijft dus ieders privévermogen.

Wel valt gezamenlijk voorhuwelijksvermogen in de beperkte gemeenschap van goederen.

Wanneer de man bijvoorbeeld samen met de vrouw voor het huwelijk een woning heeft aangeschaft waarbij hij voor 70% gerechtigd was en zij voor 30%, dan valt vanaf de huwelijksdatum deze woning in de beperkte gemeenschap. Dat betekent dat de partners dus vanaf de huwelijksdatum ieder voor 50% gerechtigd zijn tot de waarde van de woning.

Alle verkrijgingen krachtens erfrecht of schenking vallen echter met ingang van 1 januari 2018 in beginsel buiten de beperkte gemeenschap en blijven privé.  

De erflater of schenker kan een zogenoemde insluitingsclausule ka verbinden aan een verkrijging, waardoor deze wel in de beperkte gemeenschap valt.  De huwelijkspartners kunnen echter in huwelijksvoorwaarden bepalen dat dergelijke verkrijgingen toch niet in de beperkte gemeenschap vallen. In dit geval prevaleert de wil van de verkrijger dus boven de wil van de erflater of de schenker.

In het nieuwe stelsel kunnen privé schuldeisers van de ene echtgenoot zich slechts kunnen verhalen op de privé goederen van die echtgenoot en op de helft van de opbrengst van uitgewonnen gemeenschapsgoederen.

MIFID II

Invoering van MiFID II heeft voor beleggingsinstellingen veel gevolgen. Mifid II zou eigenlijk al op 3 januari 2017 worden ingevoerd, maar is een jaar uitgesteld. Invoering heeft nu 3 januari 2018 plaatsgevonden. De nieuwe regelgeving waar marktpartijen mee te maken krijgen is veelomvattend en complex. MiFID II kent geen overgangstermijn

Dat betekent dat er voor adviezen rond beleggingen een beginsel een DSI-certificering nodig is. Toch geldt er een verlicht regime voor adviseurs die in het kader van vermogensadvies of hypotheekadvies (mede) adviseren over beleggingsfondsen. Dit heet het Nationaal Regime dat in juli 2008 is ingegaan. Dit Nationaal Regime wordt aangepast aan de nieuwe regels van Mifid II. Dit had ook voor 3 januari 2018 moeten gebeuren. Het ministerie van Financiën heeft aangegeven dat het niet mogelijk was om ook de noodzakelijke aanpassingen van het nationaal regime voor 3 januari 2018 vorm te geven. Daarom is besloten het nationaal regime op een later moment aan te passen. Het streven is om de benodigde wijzigingen van de Vrijstellingsregeling Wft in het eerste kwartaal van 2018 openbaar te consulteren. Hierbij zal een overgangsregime worden opgenomen. Tot het nieuwe nationaal regime van toepassing is, zullen de bestaande vrijstellingen blijven gelden.

Er mag dus worden geadviseerd over een lijfrentebeleggingsrecht, zolang er niet in bijvoorbeeld individuele aandelen of obligaties wordt geadviseerd, maar alleen in beleggingsfondsen. Voor hypotheekadviseurs blijft mede gelden dat ze mogen adviseren over een Beleggingsrecht Eigen Woning of effectenhypotheek, zolang er alleen in beleggingsfondsen wordt geadviseerd.

Voor medewerkers die niet adviseren, maar wel inhoudelijk klantcontact hebben over beleggingen of beleggingsfondsen, gaat overigens onder Mifid II wel gelden dat ze vakbekwaam moeten zijn. Dat zal in de praktijk betekenen dat ze eerder moeten doorverwijzen of de vereiste diploma’s moeten halen. Ook hiervan is de exacte invulling nog niet bekend.

Zodra hier meer duidelijkheid over is, zal ik een volgende blok daar aandacht aan besteden.